![]() |
|
MINISTERIE VAN
SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987,
inzonderheid op artikel 9bis ingevoegd bij de wet van 30 december 1988 en
gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 29 april 1996 en 25 januari 1999,
en 68, eerste lid;
Gelet op de wet van 22 december 2000 houdende de algemene uitgavenbegroting
voor het begrotingsjaar 2001;
Gelet op het koninklijk
besluit van 19 juni 1997 houdende vaststelling van de normen waaraan een
samenwerkingsverband inzake palliatieve zorg moet voldoen om te worden erkend,
gewijzigd door de koninklijke besluiten van 16 december 1997 en 19 april 1999;
Gelet op het koninklijk
besluit van 19 juni 1997 houdende vaststelling van de subsidie toegekend
aan de samenwerkingsverbanden inzake palliatieve verzorging tussen
verzorgingsinstellingen en -diensten en houdende regeling van de
toekenningsprocedure, gewijzigd door het koninklijk besluit van 19 april 1999;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 maart 2001;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 14 mei 2001;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen,
afdeling programmatie en erkenning, gegeven op 13 september 2001;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en
gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het past om de diensten van een klinisch
psycholoog toe te voegen aan de samenwerkingsverbanden inzake
palliatieve verzorging enerzijds en het basisbedrag van de voorheen toegekende
financiering aan te passen anderzijds;
Overwegende dat de juridische zekerheid oplegt dat de beheerders van de
samenwerkingsverbanden inzake palliatieve verzorging zo snel mogelijk
geïnformeerd moeten worden over de subsidies waarover zij zullen kunnen
beschikken;
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van
Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 juni 1997 houdende
vaststelling van de subsidie toegekend aan de samenwerkingsverbanden inzake
palliatieve verzorging tussen verzorgingsinstellingen en -diensten en houdende
regeling van de toekenningsprocedure
Artikel 1. Artikel 1 van
het koninklijk besluit van 17 juni 1997 houdende vaststelling van de subsidie
toegekend aan de samenwerkingsverbanden inzake palliatieve verzorging tussen
verzorgingsinstellingen en -diensten en houdende regeling van de
toekenningsprocedure wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Artikel 1. § 1. Per erkend samenwerkingsverband inzake palliatieve zorg
wordt, op jaarbasis, een subsidie toegekend aan (spilindex 124,34, basis 1996)
:
- voor de functie van coördinator : 35.944,56 EUR per voltijds equivalent
verhoudingsgewijs berekend tussen het aantal inwoners in het gebied dat het
samenwerkingsverband bestrijkt en 300 000. In afwijking hierop, daar waar een
samenwerkingsverband een gebied bestrijkt met minder dan 300 000 inwoners en de
enige is in haar provincie of gemeenschap, wordt het subsidiebedrag berekend op
een volledige schijf van 300 000 inwoners;
- voor de functie van klinisch psycholoog :
21.070,95 EUR per halftijds equivalent per samenwerkingsverband. In afwijking
hierop daar waar een samenwerkingsverband een gebied bestrijkt met meer dan 300
000 inwoners en de enige is in haar gemeenschap of regio, wordt het
subsidiebedrag berekend op basis van halftijds equivalent per volledige schijf
van 300 000 inwoners in de bestreken zone.
§ 2. De bedragen vastgesteld in § 1 worden geïndexeerd overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel
van koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. »
Art. 2. In artikel 1bis, § 1, eerste lid, tweede streepje, van het
voornoemd besluit van 19 juni 1997, worden de woorden « , op basis van de
verhouding met het aantal inwoners gedefinieerd in artikel 1, alinea 2. »
vervangen door « , overeenkomstig artikel 1. ».
HOOFDSTUK II. – Overgangsbepalingen
Art. 3. Voor de periode van 1 januari 2001 tot 31 december 2001 gelden in de plaats van de bedragen « 35.944,56 EUR » en « 21.070,95 EUR », vermeld in artikel 1, respectivelijk de bedragen « 1 450 000 BEF » en « 850 000 BEF ».
HOOFDSTUK III. –
Slotbepalingen
Art. 4. Dit besluit
heeft uitwerking met ingang 1 januari 2001.
Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale
Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 oktober 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Sociale Zaken,
F. VANDENBROUCKE
Publicatie : 2001-12-04