![]() |
|
Preventieadviseurs
(persbericht van de Belgische Federale Regering 31.08.2001)
Op voorstel
van de Minister van Werkgelegenheid heeft de Ministerraad - in tweede lezing
(*) en na overleg met de sociale partners - een voorontwerp van wet goedgekeurd
tot bescherming van de preventie-adviseurs.
Het voorontwerp
van wet moet garanderen dat de preventieadviseurs die betrokken zijn bij de
problematiek van geweld en van ongewenste morele en seksuele intimiteiten op
het werk een passende bescherming genieten om hun opdrachten in alle
onafhankelijkheid te kunnen vervullen ten opzichte van de werkgever en de
werknemers. Die bescherming mag niet beperkt blijven tot het verlenen van een
specifieke bevoegdheid aan de preventieadviseurs om op te treden in het kader
van geweld en van ongewenste morele en seksuele intimiteiten op het werk. De
andere preventieadviseurs die opdrachten vervullen binnen de onderneming moeten
eveneens doeltreffend worden beschermd. Het gaat onder meer om de
preventieadviseurs die expert zijn inzake arbeidsveiligheid, ergonomie en
gezondheid.
Het
voorontwerp gaat ervan uit dat de werkgever of de externe dienst enkel een
einde kan stellen aan het contract van de preventieadviseur of hem uit zijn
functie verwijderen om redenen die losstaan van zijn onafhankelijkheid of zijn
bevoegdheid.
Bovendien
moeten de werkgever of de externe dienst een specifieke procedure volgen
waarbij, het comité voor preventie en bescherming op het werk of het
adviescomité dat is opgericht bij de externe dienst, een cruciale rol spelen. Zij
kunnen het contract slechts verbreken indien het bevoegd comité hiermee heeft
ingestemd. In geval van akkoord kan de preventieadviseur verzet aantekenen bij
de arbeidsrechtbank die moet oordelen of de aangehaalde redenen inderdaad
losstaan van de onafhankelijkheid of de bevoegdheid van de preventieadviseur.
Indien het
bevoegd comité niet akkoord gaat of zich niet tijdig uitspreekt, moeten de
werkgever of de externe dienst het advies inwinnen van de ambtenaar die belast
is met het toezicht en vervolgens de arbeidsrechtbank vatten. De rechtbank
oordeelt of de aangehaalde redenen los staan van de onafhankelijkheid of de
bevoegdheid van de preventieadviseur. Indien dit het geval is, kan de werkgever
of de externe dienst het contract verbreken. In het tegenovergestelde geval
kunnen zij het contract niet verbreken. Indien zij dat toch doen moeten zij een
vergoeding betalen die gelijk is aan de vergoeding (**) die de bescherming
waarborgt van de arbeidsgeneesheren.
______________________________________________________________
VOOR MEER INFORMATIE
Kabinet van de Vice-Eerste Minister en
Minister van Werkgelegenheid
Handelstraat 76 / 80 - 1040 Brussel
Persverantwoordelijken: Mevrouw Saar
Vanderplaetsen
Tel.: 02 /
233.50.60 - Fax: 02 / 230.15.37
Mevrouw
Carmen Simon
Tel.: 02 /
233.50.06 - Fax: 02 / 230.15.37
______________________________________________________________
(*) zie persbericht nr. 26 van de
Ministerraad van 9 maart 2001.
(**) zoals momenteel bepaald bij de wet
van 28 december 1977.
(***) van 19 maart 1991.