![]() |
|
Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op
het werk
(Persmededeling
Belgische Federale Regering 31.08.2001)
Op voorstel
van de Minister van Werkgelegenheid heeft de Ministerraad in tweede lezing (*) een voorontwerp van wet
goedgekeurd aangaande de bescherming
van werknemers tegen geweld en tegen morele en seksuele pesterijen op
het werk.
De
Nationale Arbeidsraad evenals de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen hebben advies gegeven. Er werd
rekening gehouden met de verschillende adviezen.
Het ontwerp heeft als doel om het vereiste
wettelijke kader te scheppen om werknemers afdoende te kunnen beschermen tegen
geweld op het werk, evenals tegen morele en seksuele pesterijen op de
werkvloer.
Ter
informatie
Volgens een
Europees onderzoek naar de arbeidsomstandigheden uitgevoerd in de lente van
2000 in alle 15 Lidstaten van de Europese Unie, zou:
2% van de werknemers (d.w.z. 3 miljoen
mensen) in de loop van de voorgaande 12 maanden het slachtoffer zijn geworden
van fysiek geweld gepleegd door mensen die tot hun werkkring behoren;
4% van de werknemers (d.w.z. 6 miljoen
mensen) het slachtoffer zijn geworden van fysiek geweld gepleegd door mensen
die niet tot hun werkkring behoren;
2% van de werknemers (d.w.z. 3 miljoen
mensen) het slachtoffer zijn geworden van seksuele pesterijen;
9% van de werknemers (d.w.z. 13 miljoen
mensen) het slachtoffer zijn geworden van intimidatie (of morele pesterijen).
Het ontwerp bestaat uit twee grote delen:
preventie en informatie (**):
Het is de
bedoeling om alle partijen binnen de onderneming hierbij te betrekken:
werkgevers, werknemers, interne en externe diensten voor preventie en bescherming
op het werk, en de arbeidsgeneeskundige inspectie. In het kader van de wet van
4 augustus 1996 aangaande het welzijn van de werknemers tijdens de uitoefening
van het werk, zullen in het globaal preventieplan maatregelen voorzien worden
die door de werkgever genomen moeten worden om de werknemers tegen geweld op
het werk te beschermen. De preventie-adviseur krijgt een rol toebedeeld op het
vlak van adviesverlening en begeleiding (de opdracht van de vertrouwenspersonen
professionaliseren) en de arbeidsgeneeskundige inspectie zal sterker bij het
preventiewerk betrokken worden. Hiervoor zal de preventie-adviseur de gepaste
opleiding en de vereiste juridische bescherming krijgen, zodat hij/zij in staat
zal zijn om onafhankelijk en efficiënt te werken. De juridische bescherming zal
het voorwerp uitmaken van een ander wetsontwerp.
repressie
(***):
Wanneer
preventie faalt, moet de werknemer zijn rechten kunnen laten gelden en
desgevallend zijn menselijke waardigheid kunnen terugvinden. Het gaat dan
voornamelijk om het recht van de betrokkene, zijn vakbondsorganisatie of - wat
nieuw is - van publieke of private organisaties met als statutair doel de
strijd tegen geweld en morele of seksuele pesterijen, om een gerechtelijke
vordering in te stellen. Verder is er de nieuwe verdeling van de bewijslast, de
bescherming van het slachtoffer tegen ontslag vanaf het ogenblik dat hij/zij
klacht indient, en het feit dat ook de getuigen die bij dergelijke geschillen
opgeroepen worden, een ontslagbescherming genieten.
______________________________________________________________
VOOR MEER
INFORMATIE
Kabinet van
de Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid
Handelstraat
76 / 80 - 1040 Brussel
Persverantwoordelijken:
Mevrouw Saar Vanderplaetsen
Tel.: 02 / 233.50.60 - Fax: 02 / 230.15.37
Mevrouw Carmen Simon
Tel.: 02 / 233.50.06 - Fax: 02 / 230.15.37
______________________________________________________________
(*) Dit
voorontwerp van wet werd reeds een eerste maal besproken op de Ministerraad van
9 maart 2001.
(**)
artikel 4 van het ontwerp dat de artikels 32quater tot 32octies omvat van de
wet van 4 augustus 1996 aangaande het welzijn van de werknemers.
(***)
artikel 4 dat artikels 32nonies tot 32 duodecies omvat van de wet van 4
augustus 1996.