web space | website hosting | Business Web Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting

 

Verberg banner

 

Geboorte van het Instituut van de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen
(persbericht van de Belgische Federale Regering 26.10.2001)

 

Op voorstel van de Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid en van Gelijke Kansen, heeft de Regering een voorontwerp van wet goedgekeurd over de oprichting van het Instituut van de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.  Dit instituut, dat het statuut zal hebben van instelling van openbaar nut, zal belangrijke middelen ter beschikking krijgen: het zal een rechtszaak kunnen aanspannen in geval van discriminatie op grond van het geslacht en het zal de begroting van de gelijkheid van kansen tussen mannen en vrouwen moeten beheren.

De oprichting past in een beweging die al een aantal jaren geleden werd ingezet en die als doel heeft dat de democratieën een resoluut voluntaristisch beleid voeren op het vlak van de gelijkheid van de geslachten.

 Vlak na de Tweede Wereldoorlog weerhield de Organisatie van de Verenigde Naties de kwestie van de rechten van de vrouw als integraal deel van de erkenning van de "Rechten van de Mens". De Conventie van de VN tegen alle vormen van discriminatie ten opzichte van vrouwen, dateert van 1979 en sindsdiens heeft de organisatie verschillende aanbevelingen en instrumenten voorgesteld opdat vrouwen en mannen in gelijke mate zouden deelnemen aan de ontwikkeling van de samenleving.

 De Europese Unie heeft in haar Verdrag het principe van gelijkheid van vrouwen en mannen opgenomen onder de middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak. Twee richtlijnen werden gepubliceerd rond een uiterst belangrijk punt: de naleving van de gelijkheid inzake werkgelegenheid. Deze richtlijnen werden aangepast in Belgisch recht door de wet van 7 mei 1999 die de gelijke toegang regelt van vrouwen en mannen tot de werkgelegenheid en de promotiekansen gedurende beroepsloopbaan, net als de bestraffing van de inbreuken. Op dit moment is binnen de Unie een debat aan de gang over de verbetering van een van de richtlijnen (76/207/EEG).

 In België maakt de gelijkheid van kansen tussen mannen en vrouwen sedert 1985 het voorwerp uit van een specifiek beleid. Zo werd een aanzienlijke vooruitgang geboekt, ondermeer over het strijdplan tegen het geweld waarvan in het bijzonder de vrouwen het slachtoffer zijn (echtelijk en/of seksueel geweld). Verschillende maatregelen - de zogenaamde "positieve acties" - werden genomen om de deelname van de vrouwen aan het besluitvormingsproces te bevorderen (wet op de lijsten van de kandidaten voor de verkiezingen, de zogenaamde "wet Tobback-Smet", of de wet op de aanwezigheid van de vrouwen in organen met raadgevende bevoegdheid, die momenteel herzien wordt).

 De Regering en het Parlement hebben gewenst om tijdens deze legislatuur, de strijd tegen elke vorm van discriminatie te versterken. Het voorstel van de "wet Mahoux", die ter goedkeuring voorligt in de Senaat, beoogt ondermeer een verstrenging van de straffen voor de discriminatie op grond van het geslacht.

 De Regering heeft op dit voorstel verschillende amendementen ingediend waaronder één om de strijd tegen de discriminatie op grond van het geslacht toe te wijzen aan een gespecialiseerde instelling, liever dan aan het Centrum voor de gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

 Sinds zijn oprichting heeft het Centrum ervaring opgedaan in de bestrijding van discriminatie waarvan bepaalde minderheden het slachtoffer zijn. Men kan bezwaarlijk beweren dat vrouwen het slachtoffer zijn van discriminatie, of zelfs van onderdrukking, omwille van een status van "minderheid". Vrouwen vormen zowet de helft van de wereldbevolking, én bijgevolg de helft van de "minderheden". Het Adviescomité van de Senaat voor gelijke kansen voor vrouwen

 en mannen herinnerde aan de bijzondere aard van de ongelijkheden en de vormen van discriminatie die de vrouwen raken en nodigde het Parlement en de Regering uit om met deze eigenheid rekening te houden.

 De algemene opdracht van het Instituut van de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen zal bestaan uit het waken over de naleving van de gelijkheid van vrouwen en mannen. Het Instituut zal worden geïnstalleerd in de loop van 2002. Het personeel van de Directie Gelijkheid van kansen tussen mannen en vrouwen, waarvan de ervaring ter zake onbetwistbaar is, zal worden toegewezen aan het Instituut.

 De taken van het Instituut kunnen worden omschreven als volgt:

 -Het uitvoeren van studies die nuttig zijn voor zijn opdracht en het voorstellen van instrumenten voor het opstellen van geslachtsgebonden statistieken;

 -Aanbevelingen formuleren aan de overheden over alle kwesties rond de gelijkheid van vrouwen en mannen;

 -De steun aan verenigingen organiseren die actief zijn op het vlak van de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen;

 -Het grote publiek informeren;

 -Het in rechte optreden op grond van de wetten die strafrechtelijk de inbreuken op de gelijkheid bestraffen.

 Het Instituut stelt zich niet in de plaats van de Raad voor de gelijkheid van kansen, noch in de plaats van de vzw's die binnen dit domein actief zijn.

 De Raad voor de gelijkheid van kansen is een adviesorgaan waarin de verschillende partijen, die betrokken zijn bij het gelijkekansenbeleid, vertegenwoordigd zijn. Hij zal deze adviserende rol blijven vervullen, op eigen initiatief of op vraag van de overheden met inbegrip van het verzoek van het Instituut. Van zijn kant zal het Instituut zijn ervaring ter beschikking moeten houden van de Raad, ondermeer door het ter beschikking stellen van zijn studies en onderzoek.

 De organisatie van de steun aan de verenigingen door het Instituut veronderstelt het sluiten van onderhandelde overeenkomsten of rogrammaovereenkomsten. Hierbij wordt de pluraliteit die de associatieve sector vandaag kent niet in vraag gesteld. Ook de verworven bevoegdheden - in het bijzonder van Amazone, een gesubsidieerde vzw die logistieke steun verleent aan de verenigingen die actief zijn op het vlak van de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen - worden niet onderschat. Het is wel de bedoeling de beschikbare hulpbronnen en -middelen doeltreffend in te zetten om zo gevallen van dubbelgebruik te vermijden, die nu onmiskenbaar bestaan en die uiteraard een meerkost met zich brengen. De coördinatietaak die aan het Instituut is toevertrouwd beoogt het verzekeren van een betere zichtbaarheid van kwesties in verband met de gelijkheid mannen/vrouwen.

 Het ontwerp dat door de Regering werd goedgekeurd, omvat de wettelijke gronden die vereist zijn opdat het Instituut in 2002 zou kunnen functioneren: de krijtlijnen zijn uitgetekend en de nodige schikkingen werden getroffen om zijn onafhankelijke actie te waarborgen.

 De tekst en de uitvoeringsbesluiten zullen het voorwerp uitmaken van een overleg met alle belanghebbenden.

  --------------------------------

 VOOR MEER INFORMATIE

 

 Kabinet van de Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid

 Handelstraat 76 / 80 - 1040 Brussel

 Persverantwoordelijken: Mevrouw Saar Vanderplaetsen

 Tel.: 02 / 233.50.60 - Fax: 02 / 230.15.37

 Mevrouw Carmen Simon

 Tel.: 02 / 233.50.06 - Fax: 02 / 230.15.37

 

 

 

KlinPsy - Actueel